Melk moet niet

Dierenwelzijn

Veel mensen denken (en hopen) dat de productie van zuivel niet nadelig is voor de koe. Ze geloven dat koeien vanzelf en met plezier melk geven. Jammer genoeg is dat niet correct. De meeste melkkoeien leven niet meer op de boerderij van boer Jef, die elk dier bij naam kende. En melkproductie vereist vleesproductie: om de melkproductie te maximaliseren, wordt een koe elk jaar zwanger gemaakt. De meeste van de kalveren verdwijnen naar... de vleesindustrie. Hieronder leggen we kort uit hoe we van de koe in de loop der jaren een heel efficiënte melkfabriek hebben gemaakt.

 
 
Koeien: wie zijn ze, wat doen ze?
Koeien zijn voor de meeste mensen een grote onbekende. We zien ze hoogstens nog af en toe eens staan in de wei, maar erg veel weten we niet over hun leven. 
Kuddedieren zoals runderen zijn erg sociale dieren die leven volgens een complex hiërarchisch systeem. In tegenstelling tot andere diersoorten, is het bij de koeien niet zo dat de meest dominante dieren de hoogste posities verwerven. Onderzoek wees namelijk uit dat intelligentie, vertrouwen en ervaring belangrijke factoren zijn voor de plaats in de “pikorde”. Wetenschappelijk onderzoek toonde aan dat koeien net als mensen vriendschappen sluiten met andere koeien. Binnen een kudde kunnen groepjes bestaan van een drietal dieren die steeds samen blijven, samen grazen en elkaars vacht verzorgden. Bij koeien die gescheiden worden van bevriende koeien neemt men hogere stressniveaus waar.1
 
In natuurlijke omstandigheden verlaat een koe meestal de kudde wanneer ze moet bevallen. Vaak blijven ze nog een aantal dagen weg voordat ze samen met het jonge kalf naar de kudde terugkeren. De sterke band tussen de koe en haar kalf komt onmiddellijk na de geboorte tot stand. Het kalf wordt helemaal drooggelikt en vervolgens gezoogd. Koeien in de huidige melkveehouderij krijgen daartoe geen kans: kalveren worden onmiddellijk na de geboorte van de moeder weggenomen. Moeder en kalf roepen soms gedurende dagen naar elkaar.
 
De meeste jonge dieren zijn erg speels, en kalfjes vormen daarop geen uitzondering. Ze spelen met leeftijdsgenoten maar kunnen soms zelfs de hele kudde tot spel aanzetten. Jonge dieren worden in de kudde opgenomen en zullen ook heel snel een plaats krijgen binnen het hiërarchisch systeem.
 
Wanneer ze daar de kans toe krijgen, grazen runderen ongeveer zes uur per dag en zijn ze nog eens acht uur bezig met het herkauwen van hun voedsel. Een rund van 1000 kg drinkt 100 tot 150 liter water per dag en eet ongeveer 100 kg voedsel. Runderen liggen bijna de helft van de tijd neer. Het is dus belangrijk dat de dieren de mogelijkheid krijgen om te staan of te liggen wanneer ze dat willen.
 
Runderen communiceren uiteraard via geloei, maar net als bij honden wordt ook de staart gebruikt - die zegt trouwens veel over de gemoedstoestand van het dier. Koeien hebben een uitstekend zicht en kunnen 320 graden in het rond zien, hoewel hun dieptezicht minder is. Ze kunnen een geur detecteren op 10 km afstand en horen beter dan mensen. Net zoals andere dieren ervaren koeien sterke emoties zoals pijn en angst.
De dieren kunnen 18 tot 22 jaar oud worden en uitzonderlijk zelfs 25 jaar. Een melkkoe wordt echter geslacht wanneer ze tussen de vijf en de zes jaar oud is.
 
De melkkoe: slachtoffer van haar eigen succes
Hedendaagse melkveebedrijven hebben nog weinig gemeen met de bedrijven van pakweg vijftig jaar geleden. Vandaag spreken we van een intensieve industrie waarbij hoogtechnologische apparaten worden ingezet, naast eiwitrijk krachtvoer om de melkkoe maximaal te laten produceren.
Net zoals in de rest van de dierlijke productie, is de trend naar minder maar grotere melkveebedrijven. Op nauwelijks tien jaar tijd nam het aantal dieren in melkbedrijven toe met 25 procent. Momenteel leeft  52 procent van de melkkoeien op bedrijven van meer dan zestig dieren2. Er treedt steeds meer een verschuiving op naar bedrijven van meer dan honderd dieren en als dezelfde trend zich voortzet als in Nederland zullen megastallen van meer dan 250 dieren ook in België geen uitzondering zijn. Steeds meer melkkoeien komen nooit meer op de wei maar worden dag en nacht op stal gehouden, vooral dan in de grotere bedrijven. De melkrobot neemt het werk over en de boer kan perfect bijhouden via een computergestuurd systeem hoeveel melk een bepaald dier geeft en hoeveel voeder ze opneemt. Van de 300.000 melkkoeien in Vlaanderen worden er naar schatting 15.000 continu op stal gehouden3. Volgens een recent onderzoek scoorden koeien met weidegang beter op een aantal welzijnsfactoren dan dieren die op stal bleven4. Zo bleek de gezondheid van koeien die op de wei kwamen beter dan van koeien die op stal stonden. Ook het gedrag dat dieren stelden was beter als ze op de wei konden. 
 
Ook de koeien zelf zijn niet meer de koeien van vijftig jaar geleden. Door genetische selectie kregen we melkrassen zoals de Holsteins, Friesians of een kruising van beide. Volgens een rapport over het welzijn van melkkoeien is deze genetische selectie de belangrijkste oorzaak van het tekortkomend welzijn van melkkoeien ten gevolge van gezondheidsproblemen. 
 
De huidige melkrassen produceren enorme hoeveelheden melk en de oorspronkelijke dubbeldoelrassen (rassen die zowel voor melk als vlees gebruikt worden) worden steeds meer verdrongen door deze genetisch geselecteerde rassen. De melkveestapel in Europa bestaat voor negentig procent uit Holstein-Friesians. De kwaliteit van de melk is niet de beste en bevat meer etter dan gemiddeld, maar de kwantiteit maakt dit voor de industrie ruimschoots goed. In 1940 produceerde een melkkoe gemiddeld 3000 liter melk per jaar. In de jaren tachtig steeg de hoeveelheid tot 4940 liter per jaar. Tegen 1995 gaf één koe al 6300 liter per jaar5. Momenteel produceert ze gemiddeld 8000 liter per jaar. In haar piekperiode produceert ze tien keer meer dan ze zou nodig hebben om haar kalf te voeden. In The Welfare of Dairy Cattle vergelijkt professor John Webster de prestaties van de melkkoe met een mens die dagelijks zes uur per dag zou hardlopen. De dieren kunnen het enorme energieverlies nauwelijks compenseren via de voeding, ook al krijgen ze onnatuurlijk eiwitrijk krachtvoer toegediend zoals graan, soja en vismeel. 
Door dit hoge productieritme lijden de koeien frequent aan pijnlijke ziekten zoals slepende melkziekte, klauwontstekingen en kreupelheid, uierontsteking en vruchtbaarheidsstoornissen6. Mastitis, maar ook kreupelheid vormen een ernstige bedreiging voor het welzijn van de melkkoe7.
 
Moeder en kalf
Zoals alle zoogdieren geven koeien slechts melk na een zwangerschap. Een koe krijgt haar eerste kalf als ze ongeveer twee jaar oud is. Daarna krijgt ze elk jaar een kalf om de melkproductie zo hoog mogelijk te houden. Meestal wordt de koe drie maanden na de bevalling van haar vorige kalf opnieuw kunstmatig geïnsemineerd. Ondertussen wordt ze tijdens haar nieuwe zwangerschap verder gemolken. Gedurende twee maanden voor de nieuwe bevalling wordt een pauze ingelast. Na een dracht van negen maanden wordt haar kalf vrijwel onmiddellijk na de geboorte weggenomen zodat haar melk uitsluitend voor menselijke consumptie kan gebruikt worden. In natuurlijke omstandigheden zou het kalf zes tot twaalf maanden bij de moeder drinken. 
 
Koeien die dit hoge tempo niet kunnen bijhouden worden ‘slijters’ genoemd en worden op de leeftijd van drie of vier jaar geslacht en vervangen door een nieuwe koe. Dit hoge “vervangingsbeleid” ten gevolge van gezondheidsproblemen draagt ook bij tot de hoge milieu-impact van melk. De jonge koe eet immers enorme hoeveelheden eiwitrijk voedsel en produceert  methaan gedurende de twee jaar voor ze melk begint te produceren. 
Een gemiddelde melkkoe wordt tegenwoordig 5,5 jaar oud terwijl dit vroeger tien jaar was8. Een koe kan echter in natuurlijke omstandigheden makkelijk twintig jaar oud worden.
 
Wegens de sterke band tussen koe en kalf is de scheiding tussen beide erg traumatiserend. Professor John Webster, expert in melkvee, schrijft dat het wegnemen van het kalf waarschijnlijk het meest stresserende incident is in het leven van een koe. De moeder zal ongemakken en risicovolle situaties doorstaan om haar kalf te kunnen voeden en te beschermen9. Er zijn voorbeelden van ontsnapte koeien die kilometerslange afstanden afleggen naar een ander veebedrijf waaraan hun kalf verkocht werd10.
 
kalfjeHet lot van de kalfjes
Kalfjes zijn eigenlijk niets anders dan een bijproduct van de melkindustrie. Een deel van de vrouwelijke kalfjes wordt bijgehouden ter vervanging van de volwassen koeien in het bedrijf wanneer die niet langer genoeg melk geven of lijden aan gezondheidsklachten. Tien percent van de vrouwelijke kalfjes wordt net als de stiertjes verkocht aan gespecialiseerde bedrijven die kalfsvlees produceren11
Na de eerste biestmelk (dikke gelige vloeistof die de koe afscheidt net na de geboorte en boordevol antistoffen zit die noodzakelijk zijn voor de afweer van het kalf) krijgt het kalfje kunstmelk (bestaande uit een cocktail van plasma-eiwitten, mineralen, soja-eiwitten) of melkpoeder afkomstig van minderwaardige melk die niet voor menselijke consumptie geschikt is.
Kalfjes van melkkoeien werden tot kort geleden in kleine houten kratten opgesloten (de zogenaamde “kistkalveren”). Bedoeling was om de bewegingsvrijheid te beperken, waardoor het spierweefsel onderontwikkeld bleef en er mals vlees verkregen werd. Doordat de voeding ijzerarm was (en dus bloedarmoede veroorzaakte) verkreeg men het felbegeerde witte vlees. Door de vezelarme voeding leden de dieren bovendien aan chronische diarree en uitdroging. Ze kregen ook nauwelijks licht te zien en er was geen contact met soortgenoten. Vele kalveren stierven nog voor ze in het slachthuis aankwamen. 
Volgens Europese richtlijnen zijn deze praktijken en het vastleggen van kalveren aan een ketting verboden sinds 2006. Kalveren moeten vanaf de leeftijd van twee weken in groep gehuisvest worden of in een individuele box gehuisvest worden waarin ze zich kunnen omdraaien. Ze moeten ook een dieet krijgen met voldoende ruwvoer en met een minimum aan ijzer. Toch blijft mals wit kalfsvlees nog steeds gegeerd door de consument, en dus worden veel kalveren nog steeds anemisch gehouden. In landen buiten de EU is het houden van kistkalveren trouwens nog steeds legaal. De mestkalveren in de EU leven dan wel niet meer in de kisten van vroeger en hebben in het beste geval meer ruimte en sociaal contact, toch kunnen ze tijdens hun korte leven nauwelijks hun natuurlijke gedrag stellen. Veel kalveren sterven tijdens de eerste levensmaand, vooral ten gevolge van diarree en luchtwegeninfecties.
 
Pijnlijke mutilaties
Jonge stiertjes worden zonder verdoving gecastreerd. De meest voorkomende technieken zijn het afbinden van de balzak met een rubberen ring, het verbrijzelen van de zaadleiders of chirurgische castratie. Elk van deze methoden veroorzaakt acute pijn en stress en er is geen wet die oplegt dat een dierenarts aanwezig moet zijn of dat verdoving gebruikt moet worden. 
Het onthoornen van kalveren gebeurt door de hoornbasis dicht te branden met een gloeiende staaf. Onthoornen van volwassen dieren gebeurt door de hoorns af te zagen en de aders dicht te branden. Verplichte verdoving vermindert de pijn, maar niet de stress die het onthoornen veroorzaakt. Bij vrouwelijke kalfjes die geboren worden met een extra speen wordt de speen chirurgisch verwijderd. 
 
In het slachthuis
Dat er voor melk en afgeleide producten geen dieren moeten gedood worden is jammer genoeg een misvatting. Ten eerste zijn er de kalfjes die als bijproduct in het slachthuis belanden (zie boven). Ten tweede zijn er natuurlijk de melkkoeien zelf, die niet het geluk hebben om een mooi en lang leven te hebben en vervolgens een natuurlijke dood te sterven. Elke melkkoe eindigt in het slachthuis waarna ze als tweederangsvlees verwerkt wordt in vleesbereidingen. 
 Ze worden meestal afgedankt omwille van vruchtbaarheidsproblemen, mastitis of kreupelheid. Het transport van deze dieren naar het slachthuis is meestal erg stresserend en pijnlijk. Op het moment van de slacht zijn ze vaak ook zwanger. Bevallingen tijdens het transport of in het slachthuis zelf zijn geen uitzonderingen en onvolgroeide foetussen in het karkas nog minder. 
Eens in het slachthuis aangekomen, worden de koeien in een verzamelstal gebracht. Daarna worden ze één voor één door een gang gedreven waar ze op het einde via een metalen pin in het hoofd verdoofd worden. Ze worden vervolgens aan één van de achterbenen opgetakeld, waarna de keel overgesneden wordt. Na het leegbloeden wordt het dier versneden. 
 
Biologische en andere melk?
Koeien die biologische melk produceren krijgen biologisch voedsel te eten en kunnen ook nog grazen op de wei. Maar ook om biologische melk te verkrijgen zijn continue zwangerschappen, verminkingen en slacht nodig. En ook binnen de biologische landbouw komen zeer frequent dezelfde gezondheidsklachten voor als bij de conventionele landbouw. 
 
Naast koemelk zijn er nog andere melksoorten te verkrijgen, zoals schapenmelk, geitenmelk paardenmelk.  Deze diersoorten worden nu (nog) niet zo intensief gehouden als koeien maar ook deze dieren moeten regelmatig een jong krijgen om te blijven produceren. De jonge dieren zijn ook hier dikwijls een ongewenst product en geen lang leven beschoren. 
Dus waarom niet eens een plantaardige (melk)drank proberen? 
 
Compassion in World Farming maakte een filmpje over de melkproductie in Europa
  • 1. McLennan, K. M., Stewart, C., Meredith, J., (2010). Social Bonds in Dairy Cattle - Preliminary Observations. ISAE regional meeting, Harper Adams University
  • 2. Landbouwrapport 2010
  • 3. VILT-nieuwsbrief van 12/10/2011
  • 4. (Tuyttens F, onderzoek naar het welzijn van landbouwdieren. ILVO mededeling nr 102, 39-42)
  • 5. (FAWC, 1997. Report on the Welfare of Dairy Cattle. Farm Animal Welfare Council. Surbiton: Surrey)
  • 6. FAWC, 1997. Report on the Welfare of Dairy Cattle. Farm Animal Welfare Council. Surbiton: Surrey
  • 7. Onderzoek naar het welzijn van landbouwdieren. ILVO mededeling nr 102, 51-54
  • 8. Winter, M., Fry, C. and Carruthers, P., 1997. Farm animal Welfare and the Common Agricultural Policy in Europe. Compassion in World Farming Trust. Petersfield: Hampshire
  • 9. Webster, J., 1987. Understanding the Dairy Cow. BSP Professional Books: Oxford
  • 10. "Cows long march”. Soviet Weekly, 24.01.87
  • 11. FOD Economie, 2009