Melk moet niet

Kernpunten

Mensen die om een of andere reden geen melk willen of kunnen drinken, of wiens kind geen melk wil, zijn vaak ongerust en denken dat ‘melk moet’, vooral voor sterke botten. Het mag vreemd lijken in het licht van de gigantische melkpromotiecampagnes en de vele gezondheidsorganisaties die veel melk drinken aanraden, maar daar bestaat nog steeds geen internationale wetenschappelijke consensus over. Integendeel: de kritische geluiden rond zuivelconsumptie groeien.


Dat melk een aantal waardevolle voedingsstoffen bevat, zoals calcium, eiwitten, en B12, staat buiten kijf. Maar melk daarom verkopen als een essentieel voedingsmiddel of een wonderproduct is een stap te ver. Het laatste woord over de gezondheidswaarde van melk is nog lang niet gezegd. In dit deel van de site beperken we ons vooral tot het plaatsen van een aantal grote vraagtekens bij zuivelconsumptie. Daarmee zijn we in het goede gezelschap van onder meer Walter Willett, de grootste hedendagse voedingswetenschapper (Harvard School of Public Health), de Wereldgezondheidsorganisatie en de wereldbefaamde kinderarts Benjamin Spock. Jaren geleden, in de zevende editie van zijn bestseller ‘Baby en kinderverzorging en opvoeding’ wees Spock er al op dat melkconsumptie “een punt van controverse is geworden onder dokters en voedingsdeskundigen” en dat melkconsumptie kan bijdragen tot “een verrassend aantal gezondheidsproblemen.”

De kernpunten:

1. Zuivelconsumptie is niet voldoende om botbreuk te vermijden
Voor sterke botten is meer nodig dan enkel melk drinken, en voldoende inname van calcium is niet genoeg. De sterkte van onze botten is veeleer een kwestie van onze calciumbalans, of het evenwicht tussen de opname en de uitscheiding van calcium. Die balans is het resultaat van veel factoren, zoals hoeveel vitamine D, magnesium, zink, vitamine K of fosfor je binnenkrijgt, hoeveel je beweegt, hoeveel zout, alcohol of koffie je consumeert… Een samenvattende studie van zeven grote onderzoeken, gepubliceerd in het American Journal of Clinical Nutrition, komt bijvoorbeeld tot de vaststelling dat er geen betekenisvolle associatie is tussen calciuminname en heupbreuken. Er bestaat zelfs zoiets als de calciumparadox: botbreuken komen meer voor in ontwikkelde landen, waar de calciuminname hoger is, dan in ontwikkelende landen, waar ze lager is (er werd gecorrigeerd op leeftijd).
Walter Willett van de Harvard School of Public Health, de meest befaamde epidemioloog van deze tijd, acht het beschermende effect van melk tegen botbreuk niet bewezen, en vindt beweging de belangrijkste factor voor sterke botten. Zijn suggestie is dan ook: laat de melk aan het kalf, en neem de koe op wandel

2. Zuivelconsumptie is niet noodzakelijk voor sterke botten of een goede gezondheid
Calcium is een levensbelangrijke voedingsstof, maar het kan ook uit andere bronnen dan zuivel gehaald worden: donkergroene bladgroenten en noten bijvoorbeeld, of met calcium verrijkte plantaardige soja-, rijst- of havermelk. Ook de andere positieve eigenschappen van melk kunnen opgevangen worden via plantaardige producten. Die plantaardige producten bevatten naast calcium en andere mineralen ook vitamines en - in tegenstelling tot zuivel – vezels en fytonutriënten (bio-actieve componenten) die belangrijk zijn in het preventief bestrijden van aandoeningen als colonkanker, diabetes mellitus, overgewicht...). En nog beter: ze bevatten minder (of geen) verzadigde vetten en calorieën dan melk. 
Zo’n drie kwart van de wereldbevolking is trouwens lactose-intolerant en verdraagt geen melk. De mens is bovendien het enige zoogdier dat systematisch de moedermelk van een andere diersoort als voeding gebruikt. Geen van beide vaststellingen bewijst iets, maar zij geven alvast een indicatie dat zuivel geen noodzakelijk onderdeel van onze voeding is.

3. Zuivelproducten zijn niet noodzakelijk de beste calciumbronnen
Calcium is belangrijk (er is een relatie tussen calciuminname en botdichtheid). Melk is door haar hoge calciumgehalte duidelijk een voor de hand liggende manier om calcium binnen te krijgen, maar daarom is het niet noodzakelijk de beste. Melk levert meer dan alleen calcium: ook verzadigde vetten en mogelijks een grotere kans op hart- en vaatziekten, prostaatkanker, eierstokkanker, borstkanker of diabetes type I. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie zijn de nadelige effecten van de dierlijke eiwitten in zuivel op de calciumbalans groter dan het positieve effect van de calciuminname1.

4. Onze precieze calciumbehoefte is niet bekend
In de melkreclame wordt het nooit verteld, maar onder voedingsdeskundigen bestaat veel discussie over wat precies de optimale calciuminname is. Volgens verschillende wetenschappers (waaronder Willett) zijn er goede redenen om aan te nemen dat de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid heel wat lager mag. Uitgaan van een hoge calciuminname heeft uiteraard zijn effect op wat voor producten men aanbeveelt. Hoe hoger de aanbevolen calciuminname, hoe noodzakelijker melk lijkt te worden, aangezien het een makkelijke calciumbron is.

5. Er zitten heel wat commerciële belangen achter de promotie van de gezondheidsvoordelen van zuivel
Ze zijn misschien niet meer zo hoog en diep, maar er zijn nog steeds bergen boter en plassen melk die verkocht moeten worden.
Zoals in Nederland Sander Kersten, Wagening Universiteit schreef: ‘Dat de zuivelsector reclame maakt voor zijn producten is normaal. Het problematische is de manier waarop dat gebeurt. De zuivelsector maakt reclame op zo’n manier dat het niet duidelijk is wie er achter de reclame zit. Het lijkt alsof de overheid voorlichting geeft, of een onafhankelijke instelling die het algemeen belang nastreeft. En dat is natuurlijk niet zo.’
  • 1. http://www.who.int/nutrition/topics/5_population_nutrient/en/index25.html